‘Het kalifaatmeisje’, wat bezielde haar?

Lees verder

Laura H. is een vrouw uit Zoetermeer die in 2015 op 18-jarige leeftijd met haar twee kleine kinderen en haar man Ibrahim het geluk zoekt in het kalifaat van Islamitische Staat (hierna: IS). IS heeft op dat moment grote delen van Irak en Syrië overgenomen. Laura weet samen met haar kinderen na een jaar het gebied te ontvluchten. Eenmaal terug in Nederland wordt ze meteen aangehouden. Laura wordt verdacht van terroristische misdrijven en komt bekend te staan als ‘het kalifaatmeisje’. Vervolgens is ze de eerste Nederlandse vrouw die een veroordeling heeft gekregen voor haar verblijf in IS-gebied. Hetgeen bij mij de vraag oproept: Waarom radicaliseren mensen en krijgen zij sympathie voor terrorisme?

‘Terreur is niets anders dan gerechtigheid, direct streng en onbuigzaam.’ – Robespierre, 1794
 
‘Vandaag werd ons land geconfronteerd met het kwaad, met de zwartste zijde van de mens’ – president Bush, 11 september 2001
 
‘Het beste wat je van ze kunt zeggen is dat ze moreel verdorven zijn. Ze vechten voor leugens, steunen de slager tegenover het slachtoffer, de onderdrukker tegenover het onschuldige kind.’ – Osama bin Laden, 7 oktober 2001

Wat is terrorisme nou eigenlijk precies?
De enige overeenkomst in het denken over terrorisme is dat het iets slechts is. Zelfs terroristen houden niet van het woord ‘terrorisme’, hetgeen onder andere uit bovenstaande woorden van Osama Bin Landen blijkt. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 staat politiek-religieus terrorisme aanzienlijk meer in de schijnwerpers dan voorheen en wordt dit door vrijwel iedereen gelijkgesteld aan islamitisch fundamentalisme.1 Aan het politiek moslimradicalisme ligt het streven ten grondslag om de samenleving in te richten volgens de sharia of andere bronnen van de islam.2
Maar het woord terrorisme betekent eigenlijk simpelweg: opzettelijk, tegen burgers gericht geweld met een politiek doel. En het heeft zeven belangrijke kenmerken. Ten eerste: een terroristische daad is politiek (-religieus) geïnspireerd. Indien dit niet het geval is, betreft het gewone misdaad. Daarnaast is bij terrorisme altijd sprake van geweld of dreiging met geweld. Het derde kenmerk is dat terrorisme er niet op is gericht om een vijand te verslaan, maar enkel op het overbrengen van een boodschap. Ten vierde hebben de daad en het slachtoffer vaak een symbolische betekenis. Zo sprak Bin Laden over de Twin Towers als ‘iconen’ van Amerika’s ‘militaire en economische’ grootmacht. Het vijfde kenmerk is een controversieel punt, namelijk dat terrorisme door niet-nationale groeperingen wordt bedreven; dus niet door staten. Het is namelijk niet zo dat staten geen terrorisme gebruiken als middel bij hun buitenlands beleid. Denk hierbij aan staten als Irak, Iran, Syrië en Libië, die terrorisme in het buitenland hebben gesteund omdat ze de risico’s van een openlijke aanval op een machtig land niet wilden lopen. Het zesde karakteristiek is dat de slachtoffers van het geweld en het publiek voor wie de boodschap is bedoeld niet dezelfde mensen zijn. Het laatste en belangrijkste kenmerk van terrorisme is de opzettelijke geweldpleging tegen burgers.3

‘De enige overeenkomst in het denken over terrorisme is dat het iets slechts is.’

Welke factoren leiden tot radicalisering?
Volgens Marieke Slootman en Jean Tillie, die onderzoek hebben gedaan naar de processen van radicalisering is er in de westerse wereld, ook in Nederland, geen goed beeld van wie terroristen zijn en wat hen drijft. Het gebrek aan inzicht voedt angst en onzekerheid en maakt dat deze door sommigen wordt geprojecteerd op een hele bevolkingsgroep. Zij benadrukken dat ‘begrijpen’ niet hetzelfde is als ‘begrip hebben voor’. Op basis van de literatuur kunnen drie behoeften worden onderscheiden die leiden tot radicalisering: de behoefte aan rechtvaardiging (politieke dimensie), aan zingeving (religieuze dimensie) en de behoefte aan binding (sociaal-culturele dimensie). In de context van Laura H. kunnen we de behoefte aan avontuur nog toevoegen. Allereerst heeft de behoefte van rechtvaardiging te maken met achterstand (werkelijke en ervaren)4 , met discriminatie en het aanwezige gevoel dat er ten aanzien van moslims met twee maten wordt gemeten.5 Een gebrek aan binding en zingeving heeft te maken met een sociaal-culturele kloof tussen de meeste moslims en niet-moslims in Nederland. Deze behoeften ontstaan vooral bij jongeren. In de vorming van hun identiteit krijgen zij te maken met processen als modernisering en individualisering in combinatie met een moreel vacuüm en een generatiekloof. Dit komt voornamelijk voor bij jongeren in een migrantengemeenschap. Veel jongeren zoeken naar zekerheden, houvast en manieren om te leven als moslim in Nederland. Ze zoeken waardering en een groep om bij te horen. De islam kan voor velen hierop een bevredigend antwoord geven. Een radicale invulling en haar strikte leefregels komen daarin sterker tegemoet dan een liberale invulling, doordat deze houvast en duidelijkheid bieden.6 Ook Laura H. radicaliseerde: ze is een meisje dat door de behoefte aan een nieuwe identiteit ten prooi valt aan Marokkaanse jongens. Uiteindelijk komt ze via het internet in contact met de extremistische moslim Ibrahim I, een gewelddadige man die haar mishandelt. ‘Ik heb me tot de islam bekeerd om ergens bij te horen. Om iets te zijn’, zegt Laura H. voor de rechter in 2017.7

Laura H. wordt veroordeeld
Waar het kalifaat een nieuwe start had moeten zijn, blijkt het volgens Laura uiteindelijk de hel op aarde. Door de rechter wordt ze in 2017 vrijgesproken van de deelname aan een terroristische organisatie.8 Het is namelijk niet duidelijk welke rol zij heeft gespeeld in de strijd; het enkele verblijf in IS-gebied is onvoldoende waardoor het eerst tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en vrijspraak volgt. Daarentegen acht de rechtbank bewezen dat zij het oogmerk9 heeft gehad om terroristische misdrijven, namelijk: brandstichting en/of het teweegbrengen van een ontploffing en/of moord, doodslag voor te bereiden en te bevorderen.10 Door willens en wetens met haar man als gezin via Turkije naar Syrië te reizen, zodat hij zich bij IS kon aansluiten, en hiertoe voorbereidingen te treffen, heeft de verdachte namelijk een ondersteunende rol gehad.
De rechtbank in Rotterdam veroordeelt de 22-jarige Laura H. op 11 november 2017 tot een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan dertien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De opgelegde elf maanden zijn gelijk aan haar voorarrest, zij hoeft hierdoor niet terug de gevangenis in.11 Bij terrorisme is in tegenstelling tot een gewoon strafbaar feit de gevangenhouding namelijk al mogelijk in het geval van ‘verdenking’ voor maximaal twee jaar.12 Bij een gewoon strafbaar feit zijn dit slechts negentig dagen in het geval van ‘ernstige bezwaren’.13

Dialoog aangaan?
Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Ook in Nederland.14
Misschien moeten we mensen als Laura H. meer leren begrijpen. Isolement werkt radicalisering in de hand. Als zij het gevoel hebben dat de politiek naar hen luistert, is de kans kleiner dat ze de politiek als niet legitiem gaan zien. Misschien begint het aanpakken van extremisme wel bij de dialoog met aanhangers van een gewelddadige ideologie en niet bij het verklaren van de oorlog aan terrorisme.

‘Misschien begint extremisme aanpakken wel bij de dialoog.’

Annemiek van ‘t Hof

Voetnoten

1. E.R. Muller (2012), Terrorisme als risico: in: Risico. Risico en risicomanagement in Nederland. B.J.M. Ale, E.R. Muller & A. Ronner (red.), Deventer: Kluwer, p. 165.

2. Vgl. bijv. Muller 2004, p. 373-394; de Wijk 2005 p. 47-62.

3. W. de Haan (2010), Wat is terrorisme? In N.J.M. Kwakman, Terrorismebestrijding. Kluwer, p. 25-27.

4. Van Teeffelen, ‘Laura H.: ‘Ik dacht dat we in Syrië gelukkig zouden worden’’, Trouw, 12 oktober 2017, te vinden op: www.trouw.nl.

5. Prestaties op school en werkloosheid; zie bijvoorbeeld de cijfers van Dagevos e.a. (2003), SCP (2005), Vrooman e.a. (2005) en van de afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam (O+S, 2004,2005).

6. Dagevos e.a., 2003.

7. M. Slootman & J. Tillie (2015), Waarom sommige moslims radicaal worden. In: Jeugdcriminologie. Achtergronden van jeugdcriminaliteit. I. Weijers & C. Eliaerts (red.), Den Haag: Boom Lemma, p. 475-497.

8. Artikel 140a Sr.

9. Artikel 83a Sr. – terroristisch oogmerk: ‘het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land vrees aan te jagen dan wel een overheid of internationale organisatie te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.’

10. Artikel 96 lid 2 jo 289 jo 289a jo 83 en 96 lid 2 jo 157 jo 176a jo 176b jo 83 Sr.

11. Rb. Rotterdam, 11 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8858.

12. Artikel 66 lid 3 jo. 67 lid 4 Sv.

13. Artikel 65 jo. 67 lid 3 Sv.

14. Zie wet Terroristische Misdrijven in verband met de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit het EU-kaderbesluit over terrorismebestrijding.

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden

Meld aan