Expert aan het woord:

prof. mr. dr. Saskia Peters

Lees verder

Veel van ons zijn 24/7 bezig met hun smartphone. Het gevolg hiervan is dat we, ook als we niet aan het werk zijn, voortdurend met e-mails, appjes en andere werkgerelateerde zaken bezig zijn. Daarnaast staat vast dat de burn-out beroepsziekte nummer 1 is in Nederland en dat steeds meer mensen stressgerelateerde klachten heeft. Daarom kwam PvdA-kamerlid van Dijk met het initiatiefwetsvoorstel: ‘Wet op het recht op onbereikbaarheid’. De In Casu redactie heeft Saskia Peters, hoogleraar arbeidsrecht bij de Rijksuniversiteit Groningen, gevraagd naar haar visie op deze problematiek en het wetsvoorstel.

Allereerst, kunt u kort vertellen wat het initiatiefwetsvoorstel inhoudt?

Op dit moment hebben wij in de Arbeidsomstandighedenwet al een bepaling die de werkgever verplicht beleid te voeren ter voorkoming en beperking van psychosociale arbeidsbelasting (artikel 3 lid 2). Aan dit lid zal worden toegevoegd: ‘hierbij wordt in ieder geval invulling gegeven aan het recht van de werknemer om onbereikbaar te zijn om arbeid te verrichten buiten werktijd.’ Daarnaast moet de werkgever in de RI&E vastleggen hoe de rusttijd zal worden gewaarborgd. Het wetsvoorstel voegt dus eigenlijk maar een paar zinnetjes toe aan de al bestaande wet.

Een groot deel van de Arbeidsomstandighedenwet is gericht op fysieke risico’s. Tegenwoordig zijn er steeds minder fysieke beroepen, waardoor de nadruk steeds meer komt te liggen op andere factoren en dan vooral op stress. Stress en burn-out worden een steeds groter probleem. Het schijnt dat er nu meer dan een miljoen werknemers met stress of burn-outklachten kampen in Nederland. Dan is het logisch dat er vanuit de politiek naar deze problematiek wordt gekeken.

Of het wetsvoorstel nu wel of niet effectief zou kunnen zijn voor het probleem laten we nog even in het midden,  maar dat stress en burn-out een probleem zijn onder werkenden staat voorop. Hoe denkt u dat dit komt?

De oorzaak van een burn-out zit hem volgens mij in een combinatie van een aantal zaken. De WRR heeft met het rapport ‘Het betere werk’ inzichtelijk gemaakt wat de problemen zijn met betrekking tot arbeid in de huidige maatschappij. Uit dit rapport blijkt dat werknemers onder druk staan door de combinatie van technologisering, flexibilisering en intensivering van werk. In Nederland ligt de arbeidsproductiviteit hoog. Dit betekent dat we ontzettend veel doen in weinig tijd. De intensivering van werk is dan ook een grote oorzaak van het probleem. Voor veel werknemers geldt dat er hoge werkeisen worden opgelegd om de productiviteit hoog te kunnen houden.

Daarnaast blijkt ook uit het rapport dat vooral werknemers in de publieke sector zich overbelast voelen. Er worden steeds hogere werkeisen aan hen gesteld en tegelijkertijd neemt hun autonomie af. Er gelden allerlei protocollen en er komt veel papierwerk, verantwoording en evaluatie bij kijken. Zelf heb ik hier ook mee te maken in het WO-onderwijs. Gelukkig weet de onderwijsdirecteur van deze faculteit goed de balans te houden en worden wij als docenten hierin nog redelijk vrij gelaten. Ook kan ik grotendeels zelf bepalen wat ik doe, hoe ik dat doe en wanneer ik dat doe.  De werkeisen zijn in mijn huidige functie hoog, maar ik heb dus veel autonomie.  Toen ik nog werkzaam was als advocaat had ik ook hoge werkeisen – minder hoog dan nu, maar toch hoge eisen – maar veel minder autonomie. De dossiers die op mijn bureau terechtkwamen, bepaalden de invulling van mijn dag. Ik heb, vooral achteraf, gemerkt dat dit me veel zwaarder viel. Maar veel andere werknemers (in de publieke sector) hebben deze autonomie niet of nauwelijks en hebben daardoor amper vrijheid in de uitvoering van de werkzaamheden. Ik denk dat deze giftige combinatie van hoge werkeisen en weinig autonomie een grote verklaring is voor het gegeven dat de burn-out beroepsziekte nummer 1 is.

Werk en privé lopen steeds meer door elkaar, mede door ‘het nieuwe werken’. Wat denkt u dat de invloed hiervan is op de burn-out-problematiek?

Persoonlijk ben ik groot voorstander van ‘het nieuwe werken’. Ik vind het heerlijk om in de winter overdag, als het nog licht is, te sporten. Een aantal vaste dagen per week werk ik op kantoor, maar de resterende dagen werk ik vaak thuis. Als ik dan overdag ga sporten, vind ik het geen probleem om ’s avonds of in het weekend te werken. Voor mij werkt dit ontstressend. Het is echter wel belangrijk om als werkgever of leidinggevende met de medewerkers het gesprek hierover aan te gaan. Tussen werknemers zit namelijk vaak een gigantisch verschil in de manier van werken. Ik stuur bijvoorbeeld regelmatig ’s avonds laat of in het weekend nog een mail. Ik heb mijn collega’s echter wel duidelijk gemaakt dat dit niet betekent dat ik op dat tijdstip ook een reactie verwacht. Veel werknemers hebben namelijk het idee dat hun ambitie en loyaliteit wordt afgemeten aan hoe snel je reageert. Als je het gevoel hebt dat je 24/7 ‘aan’ moet staan voor je werk, dan gaat het teveel je vrije tijd bepalen. Het idee van de initiatiefnemer is dat werknemers en werkgevers met elkaar in gesprek moeten over wat er van een werknemer wordt verwacht na werktijd. Hier sta ik uiteraard wel achter. Maar naar mijn mening is het niet nodig om dit wettelijk vast te leggen. In de huidige wet is dit recht namelijk al geregeld. Een werknemer hoeft immers niet te werken buiten werktijd en heeft recht op rust.  Het punt is daarnaast dat je de ‘slechte’ werkgevers niet raakt met dit wetsvoorstel. Dat stress en burn-outs een probleem zijn, zal iedere werkgever onderkennen. De meeste werkgevers zijn zich hier dan ook al bewust van en zorgen ervoor dat hierover gesproken wordt. De werkgevers die dit niet doen, zullen dit niet gaan veranderen door een zinnetje toe te voegen aan de wet.

De meeste burn-outs zijn er in de leeftijdsgroep van 25-35 jaar. Deze mensen zitten aan het begin van hun carrière en voelen een hoge prestatiedruk.
Hoe denkt u dat deze problematiek zich in de toekomst gaat ontwikkelen en bent u van mening dat het initiatiefwetsvoorstel hier een oplossing voor zal zijn?

Ik ben van mening dat het initiatiefwetsvoorstel maar op zo’n klein gedeelte van de hele problematiek ziet, dat dit nooit de oplossing kan zijn. Wat mij betreft moet je de echte oorzaken van het probleem aanpakken. De meeste burn-outs zijn er in de leeftijdsgroep van 25-35 jaar. Deze mensen zitten aan het begin van hun carrière en voelen een hoge prestatiedruk. Daarnaast wordt tegenwoordig steeds meer met onzekere contracten gewerkt. Er zijn steeds meer werkenden zonder zekerheden. Uit het rapport van de WRR blijkt hoe belangrijk het is dat mensen grip hebben op geld, grip op het werk en grip op het leven. Al deze zaken hangen samen met hoe je arbeid is geregeld. Als mensen onvoldoende financiële zekerheid hebben, onvoldoende vrijheid in hun werk en hun werk niet goed met hun privéleven kunnen combineren, dan  brengt dit veel stress met zich mee. Hier zit wat mij betreft de echte problematiek: de onzekere contracten. En dan gaan we het recht op onbereikbaarheid regelen. Wat heeft bijvoorbeeld die totaal overbelaste schooljuf hieraan? Die heeft iets aan hulp bij al het papierwerk en aan meer zekerheid en niet aan het gegeven dat ze na 17:00 uur niet meer op haar mail hoeft te reageren. Wat mij betreft gaan we ons bezighouden met de echte problematiek. Ik vind dit voorstel eerlijk gezegd dan ook niet veel meer dan windowdressing.

Berber Speerstra

Tom Harms
Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden

Meld aan