Wat als je gewoon vergeten wilt worden?

Lees verder

Staat er op Facebook, Twitter of een andere site een domme foto of een raar filmpje van je online? En word je daar elke keer dat jij of iemand anders je naam googelt weer aan herinnerd doordat de foto of het filmpje bij de zoekresultaten tevoorschijn komt? Hier is iets aan te doen! Elke inwoner van de Europese Unie heeft recht op eerbiediging van zijn of haar privéleven en op bescherming van persoonsgegevens. In de Europese Unie is namelijk sprake van het vergeetrecht. Dit houdt in dat beheerders en verwerkers van persoonsgegevens verplicht zijn om gegevens te verwijderen wanneer deze informatie onjuist, niet meer relevant of niet van publiek belang is, als je daartoe een verzoek indient. Hoe dit juridisch tot stand is gekomen en hoe het precies werkt, lees je in dit artikel.

Het Costeja-arrest vormt de basis

In 2014 deed het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in het Costeja-arrest. Dit arrest draaide om de Spanjaard Costeja, die een procedure aanspande tegen Google. Costeja vroeg aan Google om een advertentie waarin hij zijn huis te koop aanbood wegens financiële problemen als zoekresultaat te verbergen als er mensen naar zijn naam zochten. Google weigerde dit en uiteindelijk belandde de zaak bij het Spaanse Hooggerechtshof. Deze vroeg drie prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie:

  1. Valt Google onder de Europese richtlijn 95/46/EG betreffende databescherming?
  2. Kan Google, een zoekmachine, beschouwd worden als een gegevensverwerker?
  3. Moet Google op grond van de richtlijn de zoekresultaten verwijderen zodat de informatie op de betreffende pagina niet bekend of vergeten wordt, hoewel het om door derden rechtmatig gepubliceerde informatie gaat?

Ad 1. Op grond van artikel 7 sub f van de Europese richtlijn 95/46/EG is de verwerking van persoonsgegevens slechts toelaatbaar als de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de voor verwerking verantwoordelijke of van derde(n) aan wie de gegevens worden verstrekt. Zou Google dus onder de richtlijn vallen en als gegevenswerker beschouwd worden, dan zouden de zoekresultaten noodzakelijk moeten zijn voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van zijn gebruikers.

In Costeja kwam het Europees Hof tot de conclusie dat Google onder de Europese richtlijn valt. Volgens het Hof is er sprake van een verwerking van persoonsgegevens op het grondgebied van de lidstaat, in de zin van artikel 4 lid 1 sub a van richtlijn 95/46, wanneer de exploitant van een zoekmachine in een lidstaat ten behoeve van het promoten en de verkoop van door deze zoekmachine aangeboden advertentieruimte een bijkantoor of een dochteronderneming opricht waarvan de activiteiten op de inwoners van die lidstaat zijn gericht.1

Ad 2. Ook kwam het Hof tot de conclusie dat een zoekmachine een gegevensverwerker is. De activiteit van een zoekmachine, namelijk door derden op het internet gepubliceerde of opgeslagen informatie vinden, automatisch indexeren, tijdelijk opslaan en ten slotte in een bepaalde volgorde ter beschikking stellen aan internetgebruikers, moet worden gekwalificeerd als “verwerking van persoonsgegevens”in de zin van artikel 2 sub b van richtlijn 95/46, aldus het Hof. Verantwoordelijk voor deze verwerking, in de zin van artikel 2 sub d van de richtlijn, is de exploitant van de zoekmachine.2

Ad 3. Ten slotte kwam het Hof tot de conclusie dat als iemand verzoekt om zoekresultaten naar zijn naam  te verwijderen, hij of zij hier in beginsel recht op heeft. Op grond van de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie heeft een inwoner van de Europese Unie recht op eerbiediging van zijn of haar privéleven en op bescherming van persoonsgegevens.

Volgens het Hof krijgen deze rechten in beginsel voorrang op het economische belang van de exploitant van een zoekmachine en op het belang van het publiek om toegang tot informatie te verkrijgen als er op een naam gezocht wordt. Dit is echter niet het geval als de inmenging in de grondrechten van de betrokkene wegens bijzondere redenen wordt gerechtvaardigd door het overwegend belang dat het publiek erbij heeft om toegang tot de betrokken informatie te krijgen.3

Volgens het Hof komt het dus uiteindelijk aan op een afweging van de rechten uit artikel 7 en 8 van het Handvest tegenover het belang van het publiek om toegang tot de betrokken informatie te krijgen. Dit moet van geval tot geval worden bekeken. Niet noodzakelijk is dat de informatie op de site onrechtmatig is of dat de opneming van de informatie in de resultatenlijst de betrokkene schade berokkent.4

Hoe krijg je in Nederland je gegevens verwijderd?

Volgens het Europese Hof van Justitie is er dus sprake van het vergeetrecht. Om ervoor te zorgen dat bepaalde informatie vergeten wordt, kan iemand bij Google aanvragen de zoekresultaten naar sites met die informatie, te verwijderen. Hoe wordt dit recht toegepast in Nederland?

In Nederland wordt de richtlijn toegepast door de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Op grond van artikel 36 en 40 Wbp heeft iemand het recht om een zoekmachine te verzoeken om zoekresultaten te verwijderen.In het geval van Google is er sprake van een online formulier dat ingevuld kan worden door de betrokkene. Is er enige twijfel mogelijk of een verzoek tot verwijdering gerechtvaardigd is, dan zal dit verzoek echter worden afgewezen.

Wordt het verzoek afgekeurd, dan kan je als betrokkene terecht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Stelt deze vast dat het zoekresultaat wel verborgen moet worden, dan zal het optreden als bemiddelaar. Hoewel dit in de meerderheid van de gevallen succesvol is, is een verzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens niet bindend voor Google.

Lukt het ook via de Autoriteit Persoonsgegevens niet om het resultaat te laten verwijderen, dan rest als enige mogelijkheid nog een rechtszaak. Dit kan door een schriftelijk verzoek bij de rechter te doen om het zoekresultaat te laten verwijderen op basis van artikel 46 Wbp.6

Jurisprudentie: soms lukt het, soms niet 

In Nederland zijn er inmiddels enkele zaken voor de rechter verschenen. In sommige zaken besloot de rechter dat de zoekresultaten verwijderd moesten worden7 en in sommige zaken besloot de rechter dat verwijdering niet nodig was.

In een zaak uit februari 2017 casseerde de Hoge Raad een uitspraak van het Gerechtshof. Het Gerechtshof vond in deze zaak dat Google in zijn recht stond om te weigeren zoekresultaten te verwijderen. Het betrof in dit geval een man die in eerste aanleg was veroordeeld wegens een poging tot uitlokking van huurmoord. Dit was onder andere gebeurd door camerabeelden, gemaakt voor een uitzending van het programma ‘Misdaadverslaggever’ van Peter R. de Vries, als bewijs te gebruiken. Verschillende media hadden bericht over deze veroordeling en over de uitzending van het programma. In deze berichten was de man aangeduid met zijn voornaam, tussenvoegsel en de eerste letter van zijn achternaam.

Werd er op Google gezocht naar de man met zijn hele naam, dan kwamen er sites waarop deze berichten stonden als zoekresultaat naar voren. Het Gerechtshof had de afwijzing van het verzoek om de zoekresultaten te verwijderen gerechtvaardigd door te verwijzen naar de ernst van het delict waarvoor de man was veroordeeld en het grote belang van het publiek om daarover geïnformeerd te worden. Ook nam het in aanmerking dat de man de publiciteit aan zijn eigen gedrag te wijten had. Dit was volgens de Hoge Raad ontoereikend. Het Gerechtshof had namelijk niets vastgesteld omtrent het belang van het publiek om informatie te krijgen bij het zoeken op de volledige naam van de man. Ook had het Gerechtshof geen vaststelling gedaan omtrent wat in dat verband van belang zou kunnen zijn, zoals of de man een rol in het openbare leven speelt en, zo ja, welke. Het Gerechtshof had ook het belang van de man niet nader vastgesteld en had niet onderzocht waar in dit geval het evenwicht moest liggen tussen het belang van eiser en dat van publiek. Dit alles leidde tot cassatie.9

“Zowel het belang van het publiek bij het niet verwijderen van de zoekresultaten als dat van de verzoeker bij het wel verwijderen moeten goed worden onderzocht.”
Naar behoren motiveren

De uitspraak betekent dus niet dat de afwijzing van het verzoek om de zoekresultaten te verwijderen onrechtmatig was. Het betekent vooral dat zo’n afwijzing goed gemotiveerd moet zijn. Zowel het belang van het publiek bij het niet verwijderen van de zoekresultaten als dat van de verzoeker bij het wel verwijderen moeten goed worden onderzocht. Hierna moeten deze belangen duidelijk tegen elkaar worden afgewogen. De zaak lijkt er vooral op te wijzen dat bij twijfelgevallen de keuze om zoekresultaten wel of niet te verwijderen naar behoren gemotiveerd moet worden. Is de motivatie naar behoren gemotiveerd, dan is de toe- of afwijzing van het verzoek in beginsel rechtmatig.

Hoewel de Hoge Raad dus duidelijk maakt dat de motivatie belangrijk is, zijn er ook nog veel onduidelijkheden. De uitleg van de omstandigheden van het geval en hoe je als rechter de belangen die tegenover elkaar staan moet afwegen, zal zich nog moeten uitkristalliseren in toekomstige jurisprudentie.10

Conclusie: check je foto’s en je video’s!

Sinds het Costeja-arrest is het vergeetrecht dus een duidelijk onderdeel van het Europees recht. Bij twijfelgevallen zal het dus vooral om de motivering draaien. Hoe stevig die moet zijn, is nog afwachten.

Mocht je dus nog eens op jezelf googelen en wellicht een dronken video van jezelf terugvinden, dan valt er dus wel wat aan te doen. Een verzoek bij Google om het zoekresultaat te verwijderen is hoogstwaarschijnlijk voldoende. Aangezien er nauwelijks publiek belang is bij het vinden van de video en je recht op eerbiediging van privéleven in beginsel ook nog voorrang heeft, zal Google het zoekresultaat wel verwijderen. Ben je na je studie op zoek naar een baan? Googel jezelf even. Wie weet zijn er nog wat ongewenste zoekresultaten die je beter kunt laten verwijderen.

Joep Verheij

Voetnoten

1. HvJ EU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317 (GoogleSpain/Costeja) r.o. 60.
2. Zie r.o. 41.
3. Zie r.o. 99.

4. H.H. de Vries, ”, Tekst & Commentaar Telecommunicatie- en privacyrecht, Recht op verbetering, aanvulling, wijziging en afscherming bij: Wet bescherming persoonsgegevens, Artikel 36 [Correctieverzoek] .
5. Lousberg; Cuijpers, ‘Het recht op vergeten en Google’, PenI 2017/5 Zutphen: Uitgeverij Paris 2017.
6. https://www.vergeetrecht.eu/procedure/.
7. Rb. Amsterdam 24 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9515; Rb. Rotterdam 29 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2395.

8. Rb. Amsterdam 19 april 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2896; Rb. Den Haag 27 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:264.
9. HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:316.
10. Lousberg; Cuijpers, ‘Het recht op vergeten en Google’, PenI 2017/5 Zutphen: Uitgeverij Paris 2017.

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Verstuur

Aanmelden

Meld aan