Back

Lindenbaum / Cohen: van illégal naar illicite

  • 7 Feb 2019
  • No comments
Op 31 januari is het honderd jaar geleden dat één van de meest invloedrijke arresten ooit is gewezen: Lindenbaum/Cohen.[1] Hier stond het begrip onrechtmatig uit artikel 1401 BW (oud) centraal. Het arrest is niet alleen een ommekeer geweest voor de behandeling van onrechtmatige daad zaken, maar ook voor hoe de Hoge Raad algemeen omging met de interpretatie van wetten in civiele zaken. De annotator Molengraaf schreef destijds ook: “Er is door ons hoogste rechtscollege zelden een arrest gewezen, waarvan zoo heilzame invloed op ons rechtsleven mag worden verwacht.” Het wordt gezien als een baanbrekend arrest, maar waarom?[2]
De Hoge Raad heeft altijd een beperkte opvatting gehad over de definitie van onrechtmatig. Er kon alleen sprake zijn van een onrechtmatige daad ex art. 1401 BW (oud) als er sprake was van een handelen in strijd met de wet. In de literatuur werd echter al langer gepleit voor een ruimere opvatting van dit begrip. In januari 1911 was er zelfs een aanhangig wetsontwerp tot wijziging en aanvulling van dit begrip ‘onrechtmatige daad’.[3] Maar de Hoge Raad bleef toch vasthouden aan haar beperkte opvatting. Totdat zij in 1919 ‘omging’ in het arrest Lindenbaum/Cohen. Vanaf dat moment werden handelingen die in strijd waren met de zorgvuldigheid ook als onrechtmatig aangeduid. Wat speelde hier ook alweer?
De feiten van de zaak

 

Lindenbaum en Cohen waren beiden eigenaar van een drukkerij in het mooie Amsterdam. Op een gegeven moment kwam Lindenbaum erachter dat Cohen één van zijn medewerkers had omgekocht om bedrijfsgevoelige informatie door te spelen. Hij zou hem kopieën geven van de offerten en opgaaf doen van klanten, die bestellingen deden of prijsopgaven vroegen. Dit om vervolgens zijn klanten te stelen. Lindenbaum kwam op de hoogte van deze bedrijfsspionage en eiste een schadevergoeding van Cohen op grond van onrechtmatige daad.[4]

 

De rechtbank had de vordering toegewezen, maar het hof wees de vordering af. Het handelen van Cohen werd door het hof wel afgekeurd, maar er was niet in strijd met de wet gehandeld. Door de beperkte definitie van het begrip onrechtmatig moest er sprake zijn van een onwetmatige daad. Het afkeurenswaardige gedrag van Cohen kon volgens het Hof dan ook niet worden aangemerkt als onrechtmatige daad.
Het beroep in cassatie

 

Lindenbaum was het hier niet mee eens en ging in cassatie. Voor het eerst week de Hoge Raad af van zijn opvatting. Zij oordeelde dat onder onrechtmatig handelen ook valt “een handelen of nalaten, dat òf inbreuk maakt op eens anders recht, òf in strijd is met des daders rechtsplicht òf indruischt, hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed.” In het arrest werd gekeken naar de Franse tekst van het ontwerp van het Burgerlijk Wetboek. Daar werd het begrip ‘onrechtmatig’ niet weergegeven door illégal, maar door illicite, dat een veel ruimere betekenis heeft dan ‘in strijd met de wet’. Vanaf dat moment kon iemand ook aansprakelijk worden gesteld voor schade op grond van een ongeschreven rechtsplicht.
De invloed van het arrest is groot. Het schepte de ruimte om ‘betamelijkheidsnormen’ te ontwikkelen op een groot aantal deelgebieden, zoals de overheidsaansprakelijkheid en gevaarzetting. Het maakt de andere twee gronden voor onrechtmatigheid bijna overbodig. Iets wat ooit zo bijzonder was, is nu heel gewoon. Toen werd het gezien als een lang verwachte ommekeer, nu is het opgenomen in art. 6:162 BW dat al meer dan 20 jaar in werking is.

Imke Smits

1. HR 31 januari 1919, ECLI:NL:HR:1919:AG1776
2. Ingrid Reimert, ‘Ken uw klassiekers: Lindenbaum/Cohen’ (BarentsKrans 5 september 2017) <https://www.barentskrans.nl/nieuws/klassiekers-lindenbaum-cohen/> bekeken op 3 januari 2019
3. HR 31 januari 1919, ECLI:NL:HR:1919:AG1776, NJ 1919, m.nt. Molengraaf (Lindenbaum/Cohen)
4. Austin Ellinor, ‘ECLI:NL:HR:1919:AG1776 (LINDENBAUM/COHEN)’(Het Rechtenstudentje 6 juni 2018) <https://www.hetrechtenstudentje.nl/jurisprudentie/eclinlhr1919ag1776-lindenbaum-cohen/> bekeken op 5 januari 2019

JFV Groningen