Back

Betalen met de Bitcoin: wie houdt het zicht?

De hype rondom de Bitcoin is nog steeds erg groot. De lage spaarrente bij de banken zorgt ervoor dat mensen op zoek gaan naar een alternatieve wijze om hun geld te beleggen. Of mensen zich voldoende bewust zijn van de risico’s is maar de vraag. Het toezicht op financiële ondernemingen ontbreekt bij de handel in deze virtuele valuta. Dit betekent niet dat financiële ondernemingen geen actieve plicht hebben om te voorkomen dat ze betrokken raken bij witwassen, doordat tegoeden worden aangehouden op betaalrekeningen die afkomstig zijn uit de handel met Bitcoins. Zij dienen de wet- en regelgeving ter voorkoming daarvan op de juiste manier na te leven.

De Bitcoin als betaalmiddel?

Bitcoin is een private munt die door het internet in omloop wordt gebracht. Instellingen, zoals de overheid en de centrale bank, spelen hierbij geen rol. Het kan niet worden aangemerkt als geld in de zin van Afdeling 6.1.11 BW, maar het dient gezien te worden als ruilmiddel tussen particulieren. De Bitcoin heeft dan ook niet de status van een wettig betaalmiddel. In Nederland kan alleen de euro worden aangemerkt als wettig betaalmiddel. Andere valuta zijn uitgesloten.

Een geldschuld welke beheerst wordt door Nederlands recht kan niet met de virtuele munt worden nagekomen. Art. 6:112 BW bepaalt dat het geld dat ter voldoening van een geldschuld wordt betaald, gangbaar moet zijn op het tijdstip van de betaling in het land in welk geld de betaling geschiedt. Alleen euromunten en bankbiljetten voldoen aan deze eisen. Daarnaast is het mogelijk om geldschulden te voldoen langs girale weg. Deze betaling ziet op een tegoed, aangehouden bij een gereguleerde bank dat is uitgedrukt in een nationaal erkende munteenheid. Een Bitcoin wordt nou juist niet aangehouden bij een bank. Toch is er een mogelijkheid om met de Bitcoin te betalen. Partijen hebben in Nederland de vrijheid om zelf afspraken te maken omtrent betalingen, zolang het maar als een niet-verboden betaalmiddel wordt gezien. Steeds meer bedrijven maken het mogelijk om te betalen met Bitcoins. Zo kun je in Groningen na het drinken van een paar drankjes bij het Concerthuis betalen met Bitcoins. Hierdoor ontstaat vervolgens een afwijkende wijze van betaling in de zin van art. 6:17 BW. Art. 6:45 bepaalt dat de schuldenaar slechts met toestemming van de schuldeiser bevrijdend kan betalen door een andere prestatie na te komen dan het verschuldigde. Dit maakt de Bitcoin als betaalmiddel risicovol omdat het slechts een privaatrechtelijk karakter kent.1

Toezicht

Bitcoins vallen niet onder de reikwijdte van de financiële toezichtwetgeving. De Autoriteit Financiële markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) houden hier dus geen rechtstreeks zicht op. De verbodsbepalingen in de Wet financieel toezicht (Wft) raken de Bitcoin niet. Om als elektronisch geld in de zin van de Wft te worden aangemerkt moet de elektronische geldwaarde een vordering op de uitgever vertegenwoordigen. Iedere Bitcoin is een uniek overdraagbaar bestand en is daarom geen vordering op een uitgevende instelling. Het verbod om zonder een vergunning van DNB geld uit te geven geldt niet. De Bitcoin valt ook buiten de definitie van geldmiddelen wat ertoe leidt dat de Richtlijn Betaaldiensten niet van toepassing is. Ook het verbod om zonder een vergunning betaaldiensten aan te bieden is niet van toepassing.

De verantwoordelijkheid voor het gebruik van Bitcoins ligt dus vooral bij de consument zelf. Er wordt dan ook regelmatig gewaarschuwd voor het gebruik van Bitcoins. Toch zijn Bitcoins enigszins wel relevant voor de naleving van de Wet op het financieel Toezicht (Wft). Financiële ondernemingen dienen het begaan van strafbare feiten zoals witwassen te bestrijden door relaties met cliënten en/of haar werknemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden tegen te gaan. De Bitcoin kan als virtueel betaalmiddel worden gebruikt. Door haar anonimiteit is het een aantrekkelijke middel voor de witwaspraktijk. Indien financiële ondernemingen zouden investeren in Bitcoins of relaties aangaan met in Bitcoins handelende cliënten, bestaat er een risico dat zij witwassen faciliteren. Hierdoor bestaat er een risico dat zij of hun werknemers strafbare feiten begaan, doordat de witwasbepalingen een ruime strekking hebben. Financiële ondernemingen dienen dus maatregelen te treffen om te voorkomen dat er crimineel geld in omloop komt.

Naast het uit de weg gaan van witwasrisico’s o.g.v. de Wft dienen financiële ondernemingen ook verplichtingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) na te leven. Deze wet kent het cliëntenonderzoek (CDD) en de meldingsplicht ter zake van ongebruikelijke transacties. De instellingen dienen te beoordelen of een bepaalde klant aanvaardbaar is en tot welke risicoklasse de klant behoort. Bovendien moeten ongebruikelijke transacties gemeld worden aan de Financiële Inlichtingen Eenheid (FIU).2 Indien er sprake is van ‘een transactie waarbij de instelling aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen’ moet er melding worden gedaan.3 De reikwijdte van de Wwft wordt begrensd door het begrip ‘instelling’ wat betekent dat de in deze wet vastgelegde verplichtingen geen betrekking hebben op bitcoinhandelaren. Wel worden er al regelmatig meldingen gedaan door banken van ongebruikelijke transacties waarbij de handel in Bitcoins een rol speelt. Conclusie is dat er bij hoge risicoproducten, zoals bij Bitcoins of partijen die zich bezighouden met handel in Bitcoins, strenge eisen gehanteerd moeten worden op grond van de Wwft in het kader van de acceptatie van cliënten en de Wwft-meldplicht.4

Hoe aantrekkelijk het dus ook lijkt om te gaan handelen in Bitcoins, er kleven velen risico’s aan. De wettelijke regels en het strenge toezicht dat bestaat voor transacties waarbij financiële instellingen betrokken zijn, is er niet voor transacties die gedaan worden met Bitcoins. Financiële ondernemingen dienen ervoor te waken dat er zwart geld door Bitcoins in omloop komt. De vraag is of het anno 2018 niet hoog tijd is geworden om het toezicht aan te scherpen zodat de risico’s die dit betaalmiddel met zich meebrengt beperkt worden.

(1) B. Bierens, Tijdelijke waanzin of blijvende waarde? Enkele juridische kanttekeningen bij de virtuele munt bitcoin, Ondernemingsrecht 2014/25, afl. 3, p. 22-32
(2) Artikel 16 lid 1 Wwft.(3) Bijlage Uitvoeringsbesluit Wwft.
(4) A.B. Schoonbeek, W.M. Shreki en M.T. van der Wulp, Bitcoins, witwassen & integriteitsrisico’s, Tijdschrift voor Compliance 2017, afl. 2, p. 88-95.

JFV Groningen